Stoofvlees

Dit gerecht is bij ons thuis een absolute favoriet. Zodra ik riblappen zie liggen in de winkel begint het al te kriebelen. Hou je van smeltend zacht rundvlees in een heerlijk dikke saus? O, en heb je op een druilerige middag niets te doen? Probeer dan zeker dit recept voor stoofvlees!

Ingrediënten (voor 4 personen):

  • 4 grote, witte uien
  • 1 kilo runderlappen (ik neem altijd die met een vetrandje)
  • flinke klont boter
  • 2 eetlepels bruine basterdsuiker
  • 2 eetlepels bloem
  • 2 eetlepels azijn (ik gebruik wijnazijn)
  • 1 flesje bruin bier
  • 3 laurierblaadjes
  • 5 takjes verse tijm (of 1 theelepel gedroogde tijm)
  • 2 sneetjes bruin brood
  • anderhalve eetlepel gladde mosterd

Bereidingswijze:

Pel en snipper de uien grof en leg ze even apart. Snijd het vlees in kleinere stukken. Verhit de boter met een scheutje olie in een braadpan en braad hierin de stukken vlees rondom aan. Het gaat erom dat ze lekker kleur krijgen, echt garen doen ze straks. Breng dit ook vast op smaak met peper en zout.

Haal de stukken vlees uit de pan en fruit in dezelfde boter de uien tot ze wat zachter zijn. Doe er vervolgens de suiker en bloem bij en bak dit een paar minuten mee. Het gaat nu lekker klonteren en aanbakken, maar zolang er niks verbrandt is dat prima.

Doe nu het bier, de azijn, de laurierblaadjes, de tijm en het vlees weer in de pan. Roer goed over de bodem tot alle aanbaksels loskomen en breng het aan de kook. Laat dit nu met de deksel op de pan 1 uur zachtjes pruttelen. Roer af en toe goed door en beoordeel of je het nog verder op smaak moet brengen.

Na dit uur mogen de boterhammen erbij: snijd de korstjes van het brood en besmeer ze met de mosterd. Leg de boterhammen met de mosterdkant naar beneden op het vlees en laat dit weer een half uur zachtjes pruttelen.

Na dit half uur is het brood helemaal zacht geworden en kun je het makkelijk door de rest roeren. Als je dit weer goed hebt doorgeroerd is het tijd voor nog anderhalf uur pruttelen (in totaal staat het vlees dus 3 uur op!).

Na 3 uur pruttelen is het lange wachten voorbij! Als het goed is is je vlees nu heerlijk zacht, en is de saus lekker ingedikt.

Serveer met patat, of bijvoorbeeld met rodekool en geniet!

Rodekool met rozemarijn en spekjes

Rodekool. Lekker met appeltjes en kaneel, maar wil je eens iets anders? Probeer dan dit recept met rozemarijn en spekjes. Verrassend anders en een heerlijk winters bijgerecht.

Ingrediënten:

  • halve rodekool
  • 3 takjes rozemarijn
  • 125 gram spekreepjes
  • 2 eetlepels kristalsuiker
  • rode wijnazijn
  • honing

Bereidingswijze:

Snijd de halve rode kool door de helft en snijd de parten vervolgens in dunne reepjes. Ris de naaldjes rozemarijn van de takjes en hak deze fijn.

Verhit olie in een zware pan en bak hierin de spekjes uit, samen met de rozemarijn. Breng vast goed op smaak met peper en zout. Haal de spekjes met een schuimspaan uit de pan en leg ze even apart.

Doe nu de suiker in de pan met het spekvet en roer totdat de suiker bruin wordt en begint te karameliseren. Blus het af met een flinke scheut azijn en doe de reepjes kool en de spekjes er weer bij. Roer alles goed om en voeg nog een klein scheutje water toe. Doe het deksel op de pan en laat de kool 40 minuutjes zachtjes stoven tot hij heerlijk zacht is.

Voeg indien nodig nog wat zout en peper toe, doe er naar smaak honing bij en klaar is je kool!